Spring naar inhoud
Je bent nu op Home Gebieden Woonwijken

Aantrekkelijke stad

fig 5.5 Kaart leefmilieu Stedelijk wonen 20200604

Wonen

De woonfunctie is in het hele gebied dominant aanwezig. De vroeg-naoorlogse wijken (Wielwijk, Crabbehof, Zuidhoven en Sterrenburg) kenmerken zich door functiescheiding. In de voor- en vroeg naoorlogse wijken Oud Krispijn, Nieuw Krispijn, Reeland, Staart-West, Wielwijk en Crabbehof, is de woonintensiteit middelhoog (gemiddelde dichtheid 35-50 woningen per hectare). Daar is meer ruimte voor functiemenging - meestal in begane grondlagen van woongebouwen. Door de sloop van gestapelde sociale huurwoningen in Krispijn, de Vogelbuurt, Wielwijk en Crabbehof vindt nu verdunning plaats terwijl we op andere plekken zoeken naar verdichting door een stijging van het aantal woningen en een gedifferentieerder woningaanbod.

Figuur 5.6: Woonmilieu Suburbaan

De wijken die tussen 1960 en 2000 gebouwd zijn en verder van het centrum liggen, hebben een groenere uitstraling. Dit zijn de wijken Staart-Oost, Stadspolders, Dubbeldam, Sterrenburg, Zuidhoven, de Dordtse Hout en de nieuw te ontwikkelen wijk Amstelwijck. De woonintensiteit is hier laag (gemiddelde dichtheid van 20-35 woningen per hectare). Er is weinig functiemenging en de groene uitstraling zien we in een relatief groot aandeel eengezinswoningen met privétuinen. Gestapelde bouw komt voor, maar dan in een parkachtige omgeving.

Figuur 5.7: Woonmilieu Rustig groen


fig 5.8 afbeelding woonwijken met namen uit stadsatlas


Aan de randen van de stad vinden we kleinschalige locaties met een rustig, groen leefmilieu. Hierbij behoren de Smitsweg (Wilgenwende), De Hoven, de Wantijbuurt, Plan Tij en de nieuw te ontwikkelen Vlijweide (Noordendijk-scholencluster) en een deel van Dorp de Hoop. Er is ruimte voor wonen in het topsegment in een ruime, rustige en groene (of blauwe) omgeving. Met een gemiddelde dichtheid van 5-20 woningen per hectare. Voornamelijk vrijstaande of twee-onder-een-kap woningen passen in dit milieu. Gestapelde woningbouw kan alleen in een landgoedachtige setting. Beperkt kan hier sprake zijn van functiemenging met extensieve (recreatieve) bedrijvigheid, maar de gebruiksintensiteit en dichtheden in dit milieu zijn laag.

Welstandsniveau

In de woonwijken geldt het welstandsniveau regulier. Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten vallen onder het welstandsniveau intensief.

Hoogbouw

In het algemeen geldt in de woonwijken een maximale bouwhoogte van 25 meter. Wijkcentra en stadsassen kunnen daar een uitzondering op vormen. Voorbeelden daarvan zijn de Seqoiatoren in Stadspolders en hoogstedelijke plekken in Crabbehof en Wielwijk. Dubbeldam is uitgezonderd van hoogbouw vanwege het dorpse karakter. In de wijken met een lage bebouwingsdichtheid ligt de bebouwingshoogte rond de 15 meter.

Voorzieningen

Voorzieningen concentreren we bij voorkeur in wijkwinkelcentra, eventueel in woonserviceszones of multifunctionele accommodaties. In de wijkwinkelcentra laten we beperkt horeca toe. Iedere wijk is anders en het voorzieningenaanbod is altijd maatwerk. De winkelvoorzieningen liggen vooral langs of op kruispunten van de hoofdverkeersassen. In de wijkwinkelcentra streven we naar consolidatie van het bestaande aanbod en dus zonder uitbreidingen van detailhandel en kantoren. Eventuele ontwikkelingen wegen we goed af tegen de ontwikkeling van de andere plekken in de stad.
Het palet aan recreatieve voorzieningen is heel breed. Het gaat binnen de woonwijken om binnenstedelijke groene en recreatieve voorzieningen. Dit kunnen publiek aantrekkende sportvelden en sporthallen, stadion, jachthaven, golfbaan, wellness en een bezoekerscentrum zijn.

Cultuurhistorie

De eerste nieuwbouwwijken in Dordrecht verschijnen vanaf het eind van de 19e eeuw. De Transvaalbuurt is de oudste. Zo ontstond een ring van nieuwe wijken rond de 19e-eeuwse schil, de Ring 20-40 genoemd met onder andere de wijk Krispijn. In de loop van de tijd werden de wijken steeds planmatiger aangelegd. Krispijn is bijvoorbeeld gebaseerd op een uitbreidingsplan van architect Van der Pek. De wederopbouwwijken Wielwijk en Crabbehof zijn gebaseerd op de stedenbouwkundige plannen van architect Wissing.

Binnen de wijken zijn de 17e tot 19e-eeuwse polder- en dijkstructuren beschermingswaardig. In de oudere gebieden bevinden zich nog veel interessante en beschermingswaardige woningensembles. Maar ook de structuur en sommige individuele gebouwen zijn interessant. Enkele in het oog springende voorbeelden: het gemaalcomplex 't Vissertje aan de Loswalweg in Stadspolders, een herenhuis aan de Venuslaan en het modelboerderijcomplex aan de Spirea. In de Vogelbuurt, Wielwijk en Crabbehof zijn de nog aanwezige oude structuren van belang. Dat geldt ook voor de opzet van de wederopbouw wijk, de verhouding tussen bebouwd en onbebouwd en enkele individuele gebouwen.

In al deze wijken gaan we dus zeer zorgvuldig met structuuraanpassingen om. In Sterrenburg is de loop van een karakteristieke Oostkil bepalend geweest voor het wijkontwerp.

Het oorspronkelijke 17e-eeuwse dorp Dubbeldam is uitgegroeid tot een groene woonwijk. Het dorpse karakter is nog voelbaar in de aanwezige groene ruimte, maar ook een deel van de historische wegen- en waterstructuur is nog intact en (de restanten van) twee buitenplaatsen Dubbelsteijn en Dordwijk.

Aanvullende, specifieke acties en programma's

  • Stimuleren vergroenen tuinen. 
  • Evacuatieplan waterveiligheid per woonwijk.


Aandachtspunten vanuit de impactbeoordeling: woonwijken

De impactbeoordeling is bedoeld om te helpen bij het maken van keuzes in de omgevingsvisie. Door voorafgaand aan het maken van keuzes de effecten op de fysieke leefomgeving in beeld te brengen, kan dit ook daadwerkelijk meegewogen worden in de besluitvorming.


Lees meer over de impactbeoordeling voor woonwijken

Vragen?

Neem contact met ons op. Wij beantwoorden graag al uw vragen.

Contact

Deze website is gemaakt in opdracht van de gemeente Dordrecht.


Spuiboulevard 300
Telefoon: 14078

 omgevingsvisie@dordrecht.nl